Behandeling artrose van de schouder

Behandeling artrose van de schouder

Schouderprothese

Slijtage van het kraakbeen, pezen of een complexe breuk van de kop van de bovenarm kunnen ervoor zorgen dat het gewricht vervangen moet worden.
Hierbij wordt de kop en de kom van de schouder vervangen door een prothese. De prothese bestaat meestal uit metaal en polyethyleen.

Er zijn 3 soorten schouderprothese:

  1. Hemiprothese: bij de hemiprothese wordt de hele schouderkop vervangen door een nieuwe kop van metaal. Deze kop zit op een steel bevestigd en wordt zo gefixeerd in de schacht van de bovenarm. Hiervoor moeten de spieren en pezen rondom de schouder intact zijn en goed werken. Dergelijke prothese wordt gebruikt bij een complexe breuk van de humeruskop als deze met plaat en schroeven niet meer hersteld kan worden bij patienten < 65jaar.

    Hemiprothese
  2. Totale anatomische schouderprothese: bij een totale anatomische schouderprothese krijg je zowel een nieuwe kop als een nieuwe kom. De schouderkop wordt afgezaagd, vervolgens wordt een steel in de bovenarm geplaatst met een metalen schouderkop erop. De schouderkom wordt vervangen door kunststof (polyethyleen). Hiervoor moeten de spieren en pezen rondom de schouder intact zijn en goed werken. Dergelijke prothese wordt gebruikt bij artrose.

    Artrose schouder


    Totale anatomische schouderprothese
  3. Omgekeerde schouderprothese: bij de omgekeerde schouderprothese wordt een kop op de oorspronkelijke kom geplaatst en een kom op de plaats van de kop. De kom draait nu om een kop in plaats van andersom.  Deze prothese wordt gebruikt bij ernstige artrose, onherstelbare rotator cuff scheuren of bij een complexe breuk van de schouderkop bij patienten >65jaar.

    Omgekeerde schouderprothese (artrose)


    Omgekeerde schouderprothese (breuk)

Wat kunt u verwachten van een schouderprothese?

  1. Beweeglijkheid en kracht: met een schouderprothese kunt u uw dagelijkse activiteiten meestal goed uitvoeren, zoals aan- en uitkleden, de meeste (huishoudelijke) werkzaamheden en lichte werkzaamheden in uw tuin. De beweeglijkheid van een schouderprothese blijft echter altijd beperkt in vergelijking met een gezonde schouder. De meeste mensen kunnen na de herstelperiode hun haren kammen, hun onderrug aanraken en hebben voldoende kracht om niet al te zware voorwerpen op te tillen. De arm helemaal optillen en zware werkzaamheden boven uw hoofd uitvoeren lukt meestal niet.
  2. Pijn: de pijn verbetert bij de meeste patiënten, maar ongeveer 15% van de patiënten blijft ook na de operatie pijn behouden.
  3. Uw persoonlijke doelen: het is belangrijk om van te voren te bedenken wat u wilt kunnen doen met een schouderprothese en hoe u het herstel ziet. Dit helpt u en uw arts om de beste behandeling in te stellen. Daarom vragen wij u de volgende vragen te beantwoorden en met uw behandelaars te bespreken:
    • Welke dingen hoopt u met uw schouderprothese (weer) te kunnen doen?
    • Hoe lang denkt u dat het gaat duren voordat u dit weer kunt doen?
    • Wat denkt u dat u moet doen om te herstellen?
    • Wanneer vindt u dat de behandeling geslaagd is?

De operatie

De operatie gebeurt onder algemene narcose. Bijkomend wordt er een extra verdoving toegediend met een prik in de hals wanneer u wakker bent vóór de ingreep. Deze verdoving zorgt ervoor dat de pijn na de operatie makkelijker onder controle te houden is, hierbij zal ook de arm ongeveer 12uur verdoofd/verlamd aanvoelen. Meer informatie over de anesthesie vindt u in de informatiebrochure Anesthesie.

Tijdens de operatie worden beschadigde gewrichtsdelen verwijderd en vervangen door de prothese-onderdelen. De duur van de operatie varieert van 1 tot 3 uur voor meer complexere gevallen.

Na de operatie verblijft u ongeveer nog 2 nachten in het ziekenhuis. U mag het ziekenhuis verlaten indien de pijn onder controle is en de wonde droog blijft.

Tijdens de hospitalisatie zal u worden bijgestaan door onze verpleegkundigen voor uw hygiënisch toilet en worden ook enkele oefeningen aangeleerd door onze kinesisten.

Revalidatie

  • Wondzorg: de wonde wordt bedekt met een waterafstotende pleister. Zolang de hechtingen, nietjes of kleefstrips ter plaatse zijn, is het best de wonde niet nat te maken. U mag douchen met een perfect waterafstotende pleister. Een bad wordt afgeraden de eerste 2 weken na de operatie. Als de wonde toch in contact is geweest met water, moet ze ontsmet worden met alcohol of een ander ontsmettingsmiddel. Na het verwijderen van de hechtingen of de strips is het niet meer nodig de wonde af te dekken.
  • Pijnstilling: pijnstilling is noodzakelijk voor uw comfort en om de kinesitherapie mogelijk te maken. Neem vooral in de beginfase na de operatie voldoende pijnstilling en doe het zeker een half uur voor de kinesitherapie. Dit zal u helpen beter te ontspannen en dus beter te bewegen.
  • Heel vaak is er ook nachtelijke pijn. Neem een langwerkende pijnstiller vóór het slapengaan zoals voorgeschreven door uw chirurg. Het kan ook helpen niet helemaal plat te gaan liggen: een halfzittende houding kan de nachtrust bevorderen.
    Geleidelijk zal de pijn verminderen en kunt u de inname van de pijnstillers afbouwen.
    Om de pijn te verzachten en de zwelling te doen verminderen kan u ook ijs op de schouder leggen. U kunt hiervoor zogenaamde coldpacks gebruiken of u doet ijsblokjes in een plastiekzak en vouwt er een handdoek rond om de huid te beschermen. Dit mag niet langer dan 15min per uur duren.
  • Kinesitherapie

Het revalidatieschema kan globaal in 3 fasen worden verdeeld:

FASE 1: week 1-6

In deze fase wordt geprobeerd om een zo goed mogelijke passieve beweeglijkheid van de schouder te herwinnen. Goed aangeleerde pendeloefeningen, waarbij de beweging gestart wordt vanuit de romp en arm soepel meebeweegt, zijn een grote hulp om u te ontspannen.

Doe dit enkele minuten lang, liefst meerdere keren per dag (3-4x/d). Tussendoor draagt u de eerste 3-4 weken de draagdoek die uw chirurg heeft voorgeschreven voor uw comfort.


Draagdoek

Er is een belangrijk verschil tussen een peessparende ingreep en een ingreep waarbij de pezen losgemaakt werden of afgescheurd zijn. Bij een peessparende ingreep mag u sneller actief oefenen omdat de pezen niet moeten helen. In het andere geval moeten de pezen eerst helen en mag er minder snel actief geoefend worden. Vooral draaibewegingen naar buiten toe moeten dan vermeden worden.

Indien u niet zeker bent welke ingreep bij u is gebeurd, vraag dit dan aan uw chirurg.

FASE 2: week 6-12

Mobiliteit herwinnen is in deze fase van groot belang, zowel passief als actief. In deze fase zijn weerstandsoefeningen nog niet toegelaten.

Eenmaal de actieve controle over de onbelaste arm herwonnen is, kan gestart worden met stretching om de mobiliteit zo optimaal mogelijk te krijgen.

FASE 3: na week 12

Na week 12 wordt verder getracht de mobiliteit te herwinnen. Een volledige normale beweeglijkheid zal slechts zelden bekomen worden, maar toch zou u geleidelijk aan de dagdagelijkse activiteiten terug moeten kunnen uitvoeren. In deze fase mag er ook gestart worden met weerstandsoefeningen.

  • Thuiszorg: de eerste weken of maanden hebt u mogelijk wat hulp nodig bij het wassen en aankleden. In de meeste gevallen kan een familielid hier uitkomst bieden. Is dit niet mogelijk, dan wordt thuisverpleging ingeschakeld. De thuisverpleging kan geregeld worden door uzelf of door de sociale dienst van het ziekenhuis.
  • Vervolgafspraak: na 2 en 8 weken wordt een controle afspraak voorzien
  • Autorijden: als uw arm terug voldoende beweeglijk, krachtig en betrouwbaar is, mag u weer autorijden. In ieder geval wordt afgeraden de eerste 3 maanden na de ingreep auto te rijden. Denk aan plotse uitwijkmaneuvers of denk bij de rechterarm aan het schakelen. Veiligheid eerst!

Mogelijke problemen bij een schouderprothese

Bij een schouderprothese kunnen de volgende problemen voorkomen:

  • Beschadiging van zenuwen: vlakbij het schoudergewricht loopt een zenuwbundel. Deze kan tijdens de operatie beschadigd raken. Je merkt dit aan tintelende vingers en krachtsverlies in je hand nadat de verdoving is uitgewerkt. De klachten zijn meestal van tijdelijke aard. Het herstel hiervan duurt vaak enkele maanden.
  • Ontwrichting van de prothese: soms komt het voor dat je prothese uit de kom schiet. De kans hierop is het grootst in de eerste 3 maanden na de operatie. Volg de gegeven instructies daarom goed op: u niet opduwen vanuit zetel/bed en u niet onder de arm laten vastnemen.
  • Verstijving van de prothese
  • Loslating van de prothese op langere termijn: een schouderprothese gaat ongeveer 15jaar mee. Na 15jaar heeft ongeveer ¾ van de patiënten zijn eerste prothese nog.
  • Infectie van de prothese: het risico op een infectie is <1%. Een infectie kan ontstaan bij de operatie, maar kan ook later ontstaan. Voor, tijdens en na de operatie wordt er alles aan gedaan om een infectie bij de operatie te voorkomen:
    • Douchen met ontsmettende zeep
    • Antibiotica bij en na de operatie
    • Steriliteit tijdens en na de operatie
    • Correcte wondzorg na de operatie

Om een infectie op langere termijn te vermijden is het belangrijk dat u ieder risico probeert te vermijden:

  1. Grondige tandhygiëne met regelmatige controle bij de tandarts
  2. Wondjes ter hoogte van de huid en vooral aan de voet moeten snel en goed verzorgd worden. Ze vormen een ingangspoort voor huidbacteriën
  3. Andere infectie zoals longen, urine en darmen moeten adequaat behandeld worden met antibiotica.
  4. Meld bij elke andere medische ingreep die u moet ondergaan dat u een prothese heeft, bijvoorbeeld ook bij een tandheelkundige ingreep. U kunt tijdens deze ingrepen beschermd worden met antibiotica om een infectie te vermijden.
  • Metaaldetector luchthaven: als u bij de veiligheidscontrole op een luchthaven door een detectiepoort moet lopen, zal de detector wellicht reageren op het metaal in uw prothese. Een medisch verslag of speciale kaart die uw prothese vermeldt, heeft geen waarde omdat deze makkelijk vervalst kan worden.

Wat in geval van nood?

U neemt onmiddellijk contact op met de dienst Orthopedie indien:

  • U koorts ontwikkelt (meer dan 38°C)
  • Er meer pijn ontstaat dan voordien, gecombineerd met zwelling en roodheid
  • De wondjes etter verliezen
  • De pijn blijft ondanks rust, ijsapplicaties en adequate pijnstilling

In geval van nood buiten de kantooruren kan u contact opnemen met uw huisarts of de dienst Spoedgevallen van het AZ Klina.