Schouderinstabiliteit
Schouderinstabiliteit
Het schoudergewricht
Het schoudergewricht wordt gevormd door de schouderkop (= humeruskop) en de schouderkom (= glenoid). Rondom de schouderkom zit een kraakbeenring. Deze kraakbeenring, soort van bumper (= labrum), zorgt ervoor dat de relatief kleine schouderkom meer oppervlak krijgt om de schouder in de kom te houden. De schouder wordt verder ook gestabiliseerd door het gewrichtskapsel, de ligamenten en pezen rondom de schouder.

De instabiele schouder
Een schouder kan in sommige gevallen uit de kom schieten/ontwrichten. Dit heet een schouderluxatie. De schouder schiet in het grootste deel van de gevallen naar voren uit de kom. In sommige gevallen (bijvoorbeeld bij een ernstig verkeersongeval of bij een epilepsie-aanval) kan de schouder ook naar achteren uit de kom schieten. Op het moment dat de schouder uit de kom schiet kan er ter hoogte van de kraakbeenring een scheur ontstaan (= Bankart letsel), en/of ter hoogte van de schouderkop een indeuking van het bot (= Hill-Sachs letsel). In sommige gevallen kan er ook een bijkomende botbreuk zijn. Om deze letsels meer in detail te bekijken zal er bijkomend een CT-arthro of MRI scan van de schouder worden genomen.

Behandeling
Als eerste behandeling is kinesitherapie noodzakelijk om de beweeglijkheid te herwinnen en voor het aanleren van spierversterkende oefeningen. De verdere behandeling is afhankelijk van het soort schouderluxatie (naar voren of naar achteren), of er sprake is van een bijkomende botbreuk, de mate van instabiliteit van de schouder, de leeftijd van de patiënt, sportieve ambities en de onderliggende afwijking die ervoor zorgt dat de schouder er uit blijft schieten. Uw behandelende arts zal u advies geven wat in uw situatie de meest geschikte behandeling is.