Cubital tunnel syndroom

Cubital tunnel syndroom

De cubitale tunnel

De cubitale tunnel is een ruimte aan de binnenzijde van de elleboog waarin een van de grote zenuwen van de arm loopt (= de ulnaris zenuw). De zenuw loopt aan de binnenzijde van de bovenarm naar de voorarm en passeert hierbij aan de elleboog, meer specifiek achter het voelbare beenderig uitsteeksel aan de binnenzijde. Deze plaats is zeer herkenbaar wanneer je de elleboog stoot en pijnlijke uitstraling voelt tot in de vingers (pink en ringvinger).

Cubitaal tunnel syndroom is een inklemming van de ulnaris zenuw ter hoogte van de elleboog. De ulnaris zenuw voorziet de pink en de helft van de ringvinger van gevoel. De zenuw geeft ook controle over de meeste kleine handspieren die instaan voor de fijne motoriek, maar ook de grotere spieren in de voorarm die zorgen voor een sterke grijpkracht.

Symptomen

De klachten die kunnen ontstaan bij een cubitaal tunnel syndroom zijn tintelingen, voosheid, branderig of slapend gevoel in de binnenzijde van de voorarm, ringvinger en pink. Bij een langer bestaande cubitaal tunnel syndroom kan dit gevoelsverlies permanent zijn, alsook verzwakking van de kleine handspieren. De symptomen verergeren door rechtstreeks druk op de binnenzijde van de elleboog of wanneer de elleboog langdurig geplooid wordt gehouden (denk hierbij aan GSM-gebruik, lezen van een boek, …).

Oorzaken

Regelmatige krachtige buig- en strekbewegingen van de elleboog (bijvoorbeeld bij het bedienen van apparaten) kunnen een oorzaak zijn. In een minderheid van de gevallen is de zenuw extra beweeglijk en glijdt hij bij het buigen van de elleboog telkens over het botuitsteeksel. Ook kan de zenuw ingeklemd raken door een te nauwe bindweefselband die eroverheen loopt. Tenslotte kan de zenuw beschadigd geraken door een uitwendig letsel, voortdurende druk of een botbreuk uit het verleden.

Diagnose

Een volledig klinisch onderzoek is meestal voldoende om de diagnose te stellen. Bijkomend wordt er een echografie van de elleboog uitgevoerd om de inklemming al dan niet te bevestigen, alsook een zenuwgeleidingsonderzoek (EMG) om de ernst van zenuwinklemming te beschrijven.

Gerelateerde behandelingen